Hoofdstuk 10

Hoofdstuk X
Leefwijze
Nu zullen wij het hebben over de correcte en
verkeenle leefwijze, alsook over reinheid en onreinheid
van verschillende voedingsmiddelen.
viddbhih savith sadbhirnitymdesragibhih
hrdynabynugyato yo dhrmastnibodh  1
kamatma na prashsta na chavehastykamta
kamyo hi vedadhigmha karmyogsch vedikh  2
sanlupmulh kamo vee yegyah sanklpsambhvah
vrtani ymdhrmasch srve sanklpja smrtah  3
akamsy kriya kachind drsyte neh shichit
ydadhi kurute kinchtatakamsy chestitam  4
vedokhilo drmmula smrtishile ch tadidam
acharshcheev sadhunamatmnstuscrev ca   5
sarventu smvechyed nikhil gyanchchusha
shrutiyamauyto vidvan svdhme nivishet vee 6
shtismrtuditn dhrmmnutisthn hi manvh
iha kirtimvapnoti pretya chanutma sukhm  7
shrutistu vedo vigeyo dhrmshasttha tu vee smrtih
ye srvarthesvmimansye tabyan dhrmo hi nirbhoo  8
yovmnyt te mule hetushastrasyad diuh
sa sadunhirhiskayo nastiko n vednindkha 9                                                            vedha smrtih sadacharh svsya ch primatmnha
ctchturvidhn prahuh sakshadrmsya laksnam   10
arthkameshvstkana drmgana vidhite                                                                                          dhrma jigyasmanana pramana prama shrutih  11
vedikeh krmibhih punyeernishekadidivrdjanmnam
karyyh sharirsanskarh pavnah pretya chah cha  12                                                              keshanth shodshe vrhse brhahnsy vidiyte
rajnybndhordavinshe vesysya svdike tatah  13                                                                                                       Manu II, 11-4,6,8-13,26,65
I. De mens dient altijd te begrijpen dat die weg
die steeds door de geleerden, die vIij van lief de en
afkeer zijn, gevolgd wordt en die door het geweten aIs
de goede wordt aangewezen, waard is aangenomen en
gevolgd te worden.
2. In deze wereld te veel verlangen is niet goed
maar ook niet in het gebeel niet verlangen. Alleen door
verlangen vinden in de vedische studie en vedische
handelingen voortgang.
3. AIs iemand zegt dat hij helemaal geen verlangen
heeft, is hij verkeerd en indien hij vIij van verlangen
wenst te zijn is dit onmogelijk. Alle handelingen zoals
yajiia (onder meer vuuroffer: symholiek voor
onzelfzuchtige dienstbaarheid), waarheidsgetrouwheid,
andere beloften en beoefening van yama, niyama,
enzovoort zijn slechts door voomemens mogelijk.
4. Zodra wij de handen, voeten, ogen, gedachten
bewegen, doen wij dit door verlangen. Indien er geen
verlangen bestond, zouden zelfs het openen en sluiten
van de ogen niet mogelijk zijn.
[191]
5. Het is daarom juist te leven volgens de
voorschriften van de Veda’s, Manusmriti en de
geschriften van de zieners, die door goede mensen
nageleefd worden en door Uw innerlijk zelf zijn
toegestaan. Dat wil zeggen die handelingen waar geen
vrees, aarzeling of schaamte wordt gevoeld,
bijvoorbeeld wanneer een mens zich voomeemt een
leugen te vertellen of diefstal te plegen, voelt hij vrees,
aarzeling en schaamte in zijn hart. Oit wijst er op dat die
handeling onjuist is.
6. Een mens moet die handelingen stellen die bet
best aan zijn aard passen, na ben grondig met zijn
kennersblik te bebben bezien, ben aan de Veda’s, bet
voorbeeld van recbtschapen personen en zijn eigen
geweten getest te bebben.
7. Degene die de weg die door de Veda’s of niet
anti-vediscbe Smriti’s voorgescbreven zijn voigt,
verkrijgt roem en gelukzaligbeid in dit leven en de
boogste zegen na de dood.
8. Sruti betekent Veda en Smriti betekent andere
spiritueel-beilige gescbriften. Uit ben moeten wij
opmaken wat te doen en wat niet te doen. Want met deze
twee zaken wordt er inzicbt in de juiste dharma
uitoefening verkregen.
9. Indien iemand de Veda’s en de geschriften die in
overeenstemming met de Veda’s zijn niet eert, zal men
bem verfoeien. Degene die de Veda’s niet eert, is een
atheist.
10. Daarom zijn de volgende vier dingen bet
criterium van recbtvaardig leven: de Veda’s; de Smriti’s;
bet voorbeeld van goede mensen en handelen in
overeenkomstig bet eigen geweten.
11. AIleen de mens die vrij is van bebzucbt en lust,
kan weten wat recbtvaardigbeid betekent. De Veda’s zijn
een goede leidraad voor degenen die wensen te weten
wat recbtvaardigbeid is.
12. Het is passend dat de Brsbmanen, de Katriya’s
en de Vaisya’s de ceremonies en rituelen vanaf de
bevrucbting en andere sanskara’s of sacramenten
uitvoeren volgens bet voorscbrift van de Veda’s, en voor
bun kinderen die ceremonies toepassen, welke dit en bet
volgend leven verbeteren.
13. De ceremonie van bet baarknippen (kesanta,
mundana) is voor een brsbmaan voorgescbreven in bet
zestiende levensjaar, voor een Ksatriya in bet
tweentwintigste en voor een Vaisya in bet
vierentwintigste levensjaar op zulk een wijze dat, met
uitzondering van de baarlok op de kruin (Sikha) aile baar
van het boofd, de snor, de baard, enzovoort regelmatig
gescboren wordt, d.w.z. niet voUedig laten uitgroeien.
Jndien bet land koud is, bestaat er een altematief.
Jndien bet land wann is, kan zelfs de Iikha worden
weggescboren. Haar op bet boofd warmt op en verkleint
bet intellect. Snorren en baarden belemmeren bet vrij
gehruik van de mond bij het eten, en venier kleven
etensresten er ook aan vast.
indriyana vichrta vishyevpharisu
sanyme yatnmatisthtedidvan yantev vajinam   1
indriyanam prasangen doshmruchtysansyam
saniyamya tu tanyev tath sidhi niyachti  2
na jatu kamh kamanamupbhogene shamyati
havisha krishnvartmev bhuya avabhivrdhte   3
vedastyagsch yagyasch niyamasch tapansi cha
na viprdustbhavsya sidhi gachanti karhichit   4
vashe krutvendiygram sanymya cha mansttha
sarvan sansadhyedrthanshinvan yogtasthnum  5
shrutva spstva cha drustva cha bhuktva gratva cha yo narah
na hrashyti glayti va s vigyo nitendriyah   6
napustah kasychid bruyann chanyayen pruchta
nannpi hi medhavi jadvllok achtet  7
vita bandhuryah karma vidhya bhavati panchami
eatani manyasthanani gariyo yaddutram  8
[192]
agyo bhavti vee balah pita bhavti mantradh
agye hi balmityahuh pitetyev tu mantrdam  9                                                                                        na hayneerna paliteerna vitena na bandubhih
rishyschkri dhrma yonuchanh sa no mahan 10
viprana gyanto jastyana kshtriyana tu virytah
veshyana dhanyadhanatah shudranamev janmatah 11
na ten vridho bhavati yenansya palita shirah
yo vee yovapyadhiyansta deva sthavirah vidhuah  12
yatha kasthmyo hasti yatha charmyo mrugah
yascha viprondhiyanstryaste nama vibrti  13
ahinsyeev bhutana karya sheryonushanm
vakcheev madhura shalshya prayojya dharmichta  14
Manu II, 88, 93-94, 97, 100, 98, 110, 136, 153-157, 159
1. Het meest belangrijke onderdeel van een goede
leefwijze is de zinnen te beheersen zoaJs een good
koetsier zijn paarden beheerst, hen van slechte
invloedcn af te houden en hen op de rechte weg te
leidcn.
2. Zinnelijk genot leidt altijd tot verderf en strikte
beheersing van de zinnen leidt tot het bereiken van het
levcnsdoel.
3. ZoaJs olie en geklaardc boter (ghi) het vuur
sterker aanwakkeren, wordt wellust aangcwakkerd door
zinnelijk genot. Daarom moet een mens nooit aan
zinnelijk genot versJaafd raken.
4. Iemand die geen controle over zijn zinnen heeft,
wordt vijand van spiritueel-heilige wijzen (vipra-dusta)
genoemd Bij hem zijn vedische lessen,
onbaatzuchtigheid, offers (=dienstbaarheid),
gedragsregels en rechtvaardigheid vruchteloos. Alleen
degenen die hun zinnen kunnen controleren, bereiken
dcze doelen.
5. Daarom moet een mens de levcnsdoelen
nastreven door de zintuigen, de zinnen en de gedachten
te controleren, een rustig leven te leidcn en zijn lichaam
te beschermen.
6. jitendrya (jitendriya) Het controleren van de
zinnen bestaat uit het volgende: niet overmatig blij zijn
bij het horcn van lof; geen verdriet hebbcn bij Jaster;
geen vreugde bij een goede aanraking; geen pijn bij een
onaangename aanraking; geen gehechtheid aan een
lieftalUg gezicht; geen haat voor een lelijk gezicht; geen
vreugde bij goede maaltijden; geen gemopper bij slechte
maaItijden; geen liefde voor heerlijke geur en geen
afschuw voor slechte geur.
7. Zeg nooit iets voor men Uw mening over de
zaak heeft gevraagd. Zeg niets als men uit valsheid Uw
mening vraagt. Handel met zulke personen alsof U een
levenloos voorwetp bent Indien de mensen geen
huichelaars zijn en verIangen wat van U te Ieren, kunt U
hen ongevraagd van advies geven.
8. Er zijn vijf punten die respect voor iemand doen
ontstaan: geld, familie, leeftijd, goede daden en
geleerdheid. Hoger dan geld is de familie, hoger dan de
famille is de leeftijd, hoger dan de leeftijd zijn goede
daden en hoger dan goede daden is geleerdheid.
9. Zelfs; een oude man van honderd jaar is gelijk
een kind als hij onontwikkeld is, en indien een jongen
kennis uitdraagt, moet hij als een bejaard persoon
gerespecteerd worden. Alle geschriften zijn de mening
toegedaan dat een dwaas ‘kinderachtig’ en een geleerde
‘vader’ genoemd moet worden.
10. Niemand kan een leider zijn door jaren, grijze
haren, rijkdom of een groot gezin. De mening van de
zieners is dat alleen hij die de geleerdste en rechtschapen
in ons midden is, de leider kan zijn.
[193]
11. Leiderschap hangt van geleerdheid af onder de
Brahmanen, onder de Ksatriya’s hangt dit van macht af,
onder de Vaisya’s van rijkdom en onder de Sudra’s van
leeftijd.
12. Grijs hoofdhaar maakt een persoon niet tot
leider. Geleerden noemen degene leider die wei jong
maar toch geleerd is.
13. Een onontwikkeld mens gelijkt op een houten
olifant of een lederen hert Een mens zonder
ontwikkeling is slechts een mens in naam
14. Daarom moet een mens onderwijs genieten,
deugdvol worden, vrij van kwaadgezindheid zijn en het
welzijn van de mensen en andere wezens koesteren. De
taaI die bij het prediken gebruikt worclt, moet zacht en
aaogenaam zijn. Gezegend zijn degenen die
rechtvaardigheid bevorderen en onrechtvaardigheid
legengaao door hun prediking.
Dagelijks het bad nemen, lichaam, kledij, voedsel,
water en de woning moeten net gehouden worden,
aaogezien netheid leidt tot reinheid van gedachten,
gezondheid en bereiken van het levensdoel. Netheid wil
zeggen dat aile vuil en stank verwijderd worden.
Acharh parmo dharma shurtyuktah smarta ayev cha Manu I. 108
De juisle leefwijze is waarheidsgetrouwheid en
andere goede daden die door de Veda’s en de Smriti zijn
voorgeschreven.
ma no vadhih pirtah mot matram  Yajuho 16.15
Gij zult nooit enig geweld legenover de zorgzame
vader en liefhebbende moeder dulden.
Acharya upnaymano… brahacharinmichte
Atharvaveda 11.5.3 of 11.5.17
De leermeester die onderwijs geeft, dient aao hem
lichamelijk, mentaal en financieel de nodige eerbied Ie
worden geschoken.
matrudevo bhava pitrudevo bhava achayydevo bhava atithidevo
bhava 4      Taittiriya VII. 11
Het dienen (=eerbied en zorg) van moeder, vader,
de leermeester en een gust wordt ‘verering van de
heiligen’ (deva-puja) genoemd. Het is de plicht van elk
mens die handelingen Ie verrichten die bijdragen tot het
welzijn van de wereld, en al het schadelijke achterwege
Ie laten. Niemand moet zich met goddeloze, ongelovige,
onwaarachtige, zelfzuchtige, huichelachtige, frauduleuze
en slechtgeaarde personen associeren. Goed gedrag
(sresthachar-sresthacara) betekent altijd in gezelschap zijn
van rechtschapen-waarachtige, spiritueel-godsvruchtige
en weldadige personen.
Vraag: Bezoedelen de inwoners van Aryavarta hun
gedrag door naar landen buiten de Aryavarta Ie reizen?
Antwoord: Dit is nonsens. Indien een mens zijn
innerlijke en uiterlijke reinheid behoudt en de regels van
goed gedrag zoals waarachtigheid, enzovoort voigt, kan
zijn gedrag nooit hezoedeld worden, in welk land hij
moge leven, en sis hij kwaad doet, ook in de Aryivarta
zeu daalt hij in karakter. (fer ondeIsteuning van onze
verkIaring halen wij het volgend historisch voorbeeld
aan).
merorh – resch dve varshe varsh hemvahe tatah
karmenev samagamya bharatah varshamasdata  14
sa deshan vividhan pashyanschinhunishevitatan  15
Uit de Mahabharata, Santi Parnl, moJqa dharma
(sectie. 311), dialoog tussen Vyasa en Sukaz
In Patala (nu bekend als Amerika) leefde er eens een
zekere Vyasa met zijn zoon Suka en zijn leerlingen.
Sukacarya stelde eens zijn vader de volgende vraag: Is
de spiritualiteit uit zichzelf slechts dit of meet?
vyasa antwoonlde opzettelijk niet op deze vraag
sangezien hij het gevraagde reeds behandeld had.
Teneinde zijn leerlingen te laten verifieren zei hij tot zijn
zoon Suka: “Zoon, ga naar Mithili en stel dezelfde
vraag san koning Janaka Hij zal U hierop antwoonlen”.
[194]
Suka vertrok uit Patala naar Mithilii. EeIst kwam hij in
Harivarsa de landen die noonioostelijk, noordelijk en
noordwestelijk van de Himalaya liggen. Harivarsa werd
zo genoemd omdat de mensen van deze landen rode
gezichten hadden sis die van apen en bruine ogen.
Heden ten dage hebhen zij nog hetzelfde type. Harivarsa
staat nu bekend als Europa. Daama ging hij naar het
land van de Hija’s of joden. Vandaar ging hij naar
China en van China kwam hij via de Himilaya in
Mithila aan.
Sri Krisna en Arjuna gingen naar Patala of Amerika
in een asvatari, wat we stoomschip noemen en vandaar
brachten zij de wijze Uddalaka ter bijwoning van het
vuuroffer (yajna) van de grote koning Yudhisthira.
Venier was Dhritarastra gehuwd met de kroonprinses
van GandhIra, nu bekend aIs Kandhara. Madri, de
koningin van Pandu, was de dochter van de Ironing van
Iran. Arjuna was getrouwd met mopl, de dochter van de
koning van Patala (Amerika). Hoe Iron dit aIles mogelijk
zijn aIs deze mensen niet naar vreemde landen gereisd
badden?
In de Manususmriti is er een citaat over belasting op
schepen. Dit is een bewijs dat de mensen van dit land
gewoon waren naar verschillende (ei)landen te reizen.
Toen koning Yudhisthira de bekroningsceremonie
(Rajasudfya-yajiia) zou uitvoeren, gingen BhIma, AIjuna,
Nakula en Sahadeva in de vier windrichtingen om al de
staatshoofden van de wereld uit te nodigen om het fcest
bij te wonen. Indien zij reizen naar het buitenland
bezwaarlijk vonden, zouden zij dat nooit gedaan hebben.
In vroegere tijden reisden de mensen van de
Aryavarta over de gehele wereld voor politiekc-,
handels- of vakantiedoeleinden. Het idee van
onaamaakbaarheid en dharma verlies dat dezer dagen
bestaat, is aan misverstand en domheid te wijten.
Degenen die niet amzelen naar vreemde landen te
reizen, komen in contact met verschillende mensen,
kennen hun zeden en gewoonten, vergroten hun
(konink)rijk of republiek en hun zaken, worden moedig,
nemen hun deugden over, verminderen hun zwakheden
en worden daardoor machtig.
Wanneer U geen dharma verlies ziet in seksuele
omgang met achtergestelde of laaggeborene, gemene en
vuile personen aIs prostitutes en anderen, maar
bezwaren heeft om in contact te komen met hoogstaande
personen van vreemde Ianden, is dit dan geen domheid
vanu?
Wij geven natuurlijk een ding toe. Degenen die
vIces eten en wijn drinken, bezoedelen hun lichamen,
hun zaad, enzovoort. Door met hen in contact te Iromen
bestaat er gevaar dat de Arya’s deze slechte gewoonten
van hen ovememen. Maar indien zij hun goede punten
ovememen en hun slechtheden laten, is er geen bezwaar
om met hen om te gaan. Sommige dwazen vinden het
zondig hen aan te raken of hen te zien. Daarom kunnen
zij geen oorlogen tegen hen winnen claar, in geval van
oorlog, het zien en aanraken van hun noodzakelijk is.
Goed gedrag (achar-acara) bestaat uit het nalaten
van onwellevendheid, haat, onrecht, valsheid en slechte
gewoonten en het aannemen van geweldloosheid, lief de,
welwillendheid, edelmoedigheid enzovoort.
Men dient te begrijpen dat dharma van onze ziel en
onze plichtsgetrouwheid afhangt Indien onze
handelingen goed zijn schuilt er geen kwaad in het
reizen naar vreemde landen. Wei schuilt er kwaad in
zondige daden. Ben ding staat vast. De mensen dienen
op de hoogte te zijn van het schone van de vedische
leringen en de gebreken van valse religieen,
geloofsovertuigingen en levensbeschouwingen, zodat
niemand hen kan misleiden.
Can een land vooruitkomen zonder haar wijze van
regeren en haar handelswaar naar vreemde landen uit te
voeren? Niets dan annoede en ellende kunnen verwacht
worden wanneer onze landgenoten aileen in eigen land
[195]
handel drijven, en de handel en regering in vreemde
handenis.
Religieuze bedriegers denken dat als zij de mensen
onderwijs geven en hen toestaan naar vreemde landen te
reizen, zij wijzer zullen worden en niet meer in de
strikken van hun bedrog verward zullen men. Zij zullen
daardoor hun belang en hun broodwinning verliezen.
Het is om deze redenen dat zij beperkingen opleggen
voor wat betreft gezamenlijk dineren en de wijze van
zich ldeden en bezwaar hebhen tegen buitenlandse
reizen. Men zou er zich wei strikt moeten aan houden
onder geen enkele omstandigheid vlees en wijn te
gebruiken.
Is het hier een unanieme uitspraak: van de wijzen
geweest dat het koken en eten van voedsel binnen de
vooIgeschreven ruimte (cauka), zelfs in tijd van
oorlog, de zekere oorzaak is van een nederlaag?
Goed gedrag (achar-acara) van een Ksatriya bestaat
erin de vijand in de strijd op aile mogelijke manieren
te versIaan, te paard, met olifanten, strijdwagens of
desnoods te voet, brood etende en water drinkende
met de ene hand en de vijand dodende met de andere.
Voor een Ksatriya is een nederlaag op het sIagveld
slecht gedrag (anachar-anacara).
De domheid van deze cauka-restricties en de
daaruit volgende aJperkingen hebben deze mensen hun
onafhankelijkheid, geluk, welvaart, rijk, kennis en
ondernemingsgeest gekost. Nu zijn zij in een toestand
geraakt waarin zij lui blijven zitten in de hoop dat iets op
hun weg zal komen dat zij zouden kunnen koken en
eten. Daar zij echter niets krijgen is het duidelijk dat hun
cauka-regels vernietiging over geheel India hebben
teweeggebracht
Ben ding is ongetwijfeld nodig. De pIaats waar de
maaltijden genuttigd worden moet schoongeveegd,
bepleisterd, gewassen en netjes zijn. De keukens mogen
niet, zoals dat bij de moslims en christenen het geval is,
vuil zijn.
Vraag: Wat is Sakhari en wat is nikhari?
Antwoord: In gewone taal is sakhari de naam van
met water bereide maaltijden en nikhari de naam van
met gezuiverde boter en melk bereide maaltijden.
NikbarI betekent dus goede maaltijden. Dit is ook een
begrip van deze bedriegers. Zij denken dat maaltijden
die in melk en gezuiverde boter gekookt zijn,
smakelijker en voedzamer zijn. Voor wat betreft rauw
(kacca) en gekookt (pakka), is voedsel dat goed gekookt
of met de tijd gcrijpt is pakka en is voedsel dat dat niet is
kacca. De beperkingen van pakka kacca zijn ook niet
altijd evident Kikkererwten (cana), enzovoort worden
immers ook rauw gegeten.
Vraag: Mogen de wedergeborenen (dvija) enkel
voedael dat door hen zelf gekookt is eten of ook het
voedael dat door Sudra’s gekookt is?
Antwoord: Ook het voedael dat door Sudra’s
gekookt is. Immers, de Brahmaneo, Kstriya’s en
Vaisya’s, zowel mannen als vrouwen, moeten zich
bezighouden met onderwijs geven, regeren, landbouw
en handel. Daarvoor citeren wij een Sutra:
ayaryadhishita va shudrah sanskrtarh syuh
Apastamba II. 2, 2, 4
In de hllizen van Arya’s moet het koken,
enzovoort door Sudra ‘s (die mannen en vrouwen die
geen onderwijs hebben genoten) gedaan worden. Maar
zij moeten er voor zorgen dat hun Iichaam en kleding
netjes zijn. Wanneer zij voedsel bereiden in de hllizen
van de Arya’s moeten zij een dock voor hun mond
binden’, zodat niets dat nit hun mond zou komen of zelfs
hun adem het voedsel kan besmetten. Zij moeten hun
haren en nagels wekelijks knippen. Zij moeten het
voedsel bereiden na een bad te hebben genomen en hun
maaltijden nuttigen na de Arya’s bediend te hebben.
Vraag: Als er bezwaren zouden zijn tegen het eten
van voedsel dat door Sudra’s is aangeraakt, hoe kan dan
het voedsel dat door Sudra’s gekookt is, wordt gegeten?
[196]
Antwoord: Zoiets heeft geen zin. Wie suiker
(gezuiverde cini of ongezuiverde guda), gezuiverde
boter, melk, meel, groenten, vruchten, wortelen,
enzovoort heeft gebruikt, heeft voedsel gegeten dat door
elkeen in de wereld is gekookt en aangeraakt. Wanneer
Sudra’s, camara’s (lederbewerkers), bhangi’s (vegers),
mosIims, christenen, enzovoort suikerriet in de plantages
kappen en het nitpersen om sap emit te trekken, taken
zij het overal aan zonder hun handen te wassen, zelfs na
hun natuurliJKe behoeften te hebben gedaan; zij eten de
helft van het riet en gooien de andere helft in de
soppen zij hun brood erin en eten het dan op. Wanneer
zij suiker bereiden, gebruiken zij de zool van hun oude
schoenen, waaraan resten van ontiasting, urine,
koeiemest, vuil, enzovoort kleven om het te verpulveren.
Melkboeren vermengen de melk met water nit hun eigen
patten, gezuiverde boter wordt ook in hun eigen patten
bewaard. Bij het malen wordt meel met vuile handen
sangeraakt en vallen zelfs zweetdruppels er in.
Vruchten, groenten en wortelen varen er niet beter bij.
Wanneer U deze dingen eet, betekent het dat U voedsel
eet dat door aile handen is aangeraakt en gekookt.
Vraag: Wij mogen dus nitzondering maken voor
vruchten, wortelen, sappen (zoaIs melk, suikerrietsap,
enzovoort) en voor voedingsmiddelen die tijdens onze
afwezigheid worden gekookt.
Antwoord: Dat is grappig. De waarheid is dat
indien U deze voorzieningen niet zou hebben, U stof en
as zou moeten eten. Suiker smaakt zoet, melk en boter
zijn voedzaam Is dat niet een mooi voorbeeld van
mensen die op eigen beIang nit zijn? WeI, indien U geen
bezwaar heeft tegen voedsel dat in Uw afwezigheid
gekookt is, stellen wij U de volgende vraag: Indien een
veger of een moslim op een andere plaats voedsel kookt
en het voor U brengt, zult U het eten? Indien U neen
zegt, heeft U dan ook bezwaar tegen voedsel in Uw
afwezigheid gekookt. Wij geven toe: het dineren met
vleeseters en wijndrinkers, zoaIs moslims en christenen
heeft ook onder de Arya’s de slechte gewoonten van
vlees eten en drankgebruik doen ontstaan. Maar er
schuilt geen kwaad in dat Arya’s onderling samen eten.
Het is zeer moeilijk vooruitgang te maken zonder
eensgezindheid in denken en eensgezinde beIangen
(winst en verlies) en eensgezind gevoel (leed en plezier).
Maar het sameneten aileen leidt niet tot hervorming.
ZoIang kwade gewoonten niet Verwolpen en goede
gewoonten niet sangenomen worden, vallen wij steeds
dieper en dieper in pIaats van hoger op te klimmen.
Oit zijn de oorzakeo van de vreemde overileersing
in India: verkeerde houdingeo aIs onderlinge ruzie,
verschil in meningen, gebrek san brahmacatya, gebrek
san onderwijs, vroege en verplichte huwelijken,
zinnelijke versIaafdheid, sIechte gewoonten zoaIs
valsheid eo gebrek san vedische kennis. Wanneer broers
onderling vechten, dringt de vreemdeIing zich binnen en
wordt hij de scheidsrechter.
Is U al de gebeurtenissen van de Mahabharata
vergeten die vijfduizend jaar geleden plaats vonden? In
die oorlog gebruikten allen hun maaltijden al rijdende.
De vernietiging van de Kaurava’s en de Pandava’s door
burgeroorlogen is een feit uit het verleden. Maar toch
kleeft deze ziekte nog aan ons. Niemand weet wanneer
deze demoon van ruzie en disharmonie ons zal verlaten
of wanneer het geluk van de Arya’s zal vernietigen en
hen onderdompelen in de oceaan van ellende. De Arya’s
doorstaan heden ten dage nog allerlei moeilijkheden
door de voetstappen van de slechte Duryodhana te
volgen, die de vernietiger van zijn gezin en de vijand
van zijn land was. Moge God ze genadig zijn ons van
deze verscbrikkelijke ziekte te bevrijden.
Reinheid en onreinheid van voedsel is op twee
zaken gebaseerd: de wetenschap van de moraal en de
wetenschap van geneeskunde. In de code van de moraal
vinden wij:
abkshyani dvijaninammedhyprabhvani cha Manu V.5
De wedergeborenen, d.w.z. de Brahmanen, de
Kcriya’s, de Vaisya’s ook de Siidra’s zullen zich
moeten onthouden van groenten, vruchten, wortelen,
enzovoort die in de directe nabijheid van wi! zeals
ontlasting, urine, enzovoort zijn geteeld.
varjyenmdhu mas cha  Manu Ii.177
[197]
Ook van verschiUende verdovingsmiddelen zeals
wijn-vlces, ganja, bhanga en opium moeten zij zich
onthouden.
budhi lumpti yad dravya madkari taduchyte
Sarangadhara IV. 21
De artikelen die schadelijk zijn voor het intellect
moeten nooit gebruikt worden, noch hedorven,
ontbindende, slecht riekende, slecht gekookte of door
alcoholgebruikers en vleeseters (in wiens lichamen
resten van vIces en drank voorkomen) gekookt voedsel.
Ook moet men voedsel vermijden door het doden
van nuttige dieren. Wij mogen nooit dieren als koeien,
die in een generatie goed doen voor 475.600 mensen,
doden of laten doden. Stelt U zich voor dat een koe
dagelijks twintig seer’s melk levert en een andere
dagelijks twee seer’s, dan wordt het dagelijks
gemiddelde elf Seer’s. Sommige koeien geven achttien
maanden lang melk en sommigen zes maanden, dus
wordt het gemiddelde twaalf maanden. Op deze manier
kan een koe met haar melk uit een leven 24.960 mensen
voldoen.
Ben koe werpt zes ossen en zes vaarzen. Stelt U
zich voor dat twee van hen dood gaan. Er blijven er dan
tien over. Als U bij elke seer melk die zij produceren,
een chatanka. (ca. 58 gram) rijst en andexbalve chatanka
suiker toevoegt, verkrijgt U voor elke mens 1 3/4 khir.
Een koe produceert dus in haar leven genoeg melk om
124.800 mensen ineens te voldoen. Nu resten er vijf
ossen. Zij kunnen gedurende hun leven minstens 5.000
mana koren produceren dat, tegen driekwart seer per
kop berekend, voldoende is voor een kwart miljoen
mensen. Melk en karen samengesteld, zijn dus
voldoende voor 374.800 mensen. Als wij beide optellen
dan worden 475.600 mensen ineens voldaan door een
generatie van een koe. Als opvolgende generaties ook in
beschouwing worden genomen wordt dit een zeer hoog
aantal.
Verder zijn ossen zeer nuttig voor de mens voor
allerlei transport doeleinden. Buffels zijn ook zeer
nuttig. Koeiemelk is echter nuttiger voor de hersenen
dan buffelmelk. Het is om deze redenen dat de Arya’s
zeer hoge waarde aan koeien hechten. Zo zullen
anderen ook doen indien zij wijs zijn.
Ben geit voldoet voor 25.920 mensen gedurende
haar leven. Olifanten, paarden, kamelen, schapen en
ezels zijn ook zeer dienstig’.
Degenen die deze dieren doden moeten aJs
schuldig geacht worden san moord op vele mensen.
[198]
Gedurende het regime van de Arya’s was het sJachten
van koeien of andere nuttige dieren verboden. Toen
leefden mensen en aile andere schepselen gelukkig in de
Aryavarta en andere landen van de wereld. Melk, boter,
ossen en andere dieren waren volop to krijgen, en de
voedingsmiddelen waren toen van hoog gehalto. Sedert
de vlcesetende vreemdejingen naar India zijn gekomen
en koeien, enzovoort begonnen to sJachten en er een
officiele drankwet werd afgekondigd, zijn de miseres
van de Arya’s toegenomen. nashte mule neev fala na pushpam
II (Vriddha Canakya X 13). Wanneer de wortel van een
boom afgesneden wordt, kunnen er geen bloemen en
vruchten worden verkregen.
Vraag: Indien aile mensen geweldloos worden,
zullen leeuwen, enzovoort zich zo vermenigvuldigen dat
zij koeien en andere dieren zo zullen verscheuren dat
Uw streven tot nul teruggebracbt wordt
Antwoord: Dit is de taak van de staatslieden,.
namelijk dat de dieren of mensen die schade toehrengen
san het leven dienen gestraft to worden. Zelfs de dood
straf dient men niet to schuwen.
Vraag: Moet men dan hun vlees weggooien?
Antwoord: Ofweggooien of san vleesetende dieren
zoals honden geven of verbranden. Indien dit vices ook
door een vleesetend mens wordt gegeten, doet dit
schade san de wereld. Die persoon zal aileen maar de
gewoonto van vices eten aanJeren en bloeddorstig
worden. AIle voedingsmiddelen die door sJachten,
diefstal, ontrouw, bedrog, fraude, enzovoort zijn
bekomen, kunnen Diet wonlen gegeten (abhakshya-abhasya)
en die door geweldloosheid, eerlijkheid en andere goede
middelen zijn verlaegen, kunnen worden gegeten
(bhakshya-bhaksya).
Vaidyskasastrokta : de geneeskunde zegt :-
Die voedingsmiddelen die bevorderlijk zijn voor de
gezondheid, voorkoming en genezing van ziekten,
ontwikkeling van het intellect, kracht, energie en een
lang leven, zoaIs gram, vruchten, wortelen, melk, boter,
suikerwerken, enzovoort moeten goed gekookt en in
goede verhouding vermengd worden, en de maaltijden
moeten op de juiste tijd en in de juiste hoeveelheid
genuttigd worden. Die artikelen die Diet met het gestel
overeenkomen, moeten vermeden worden en die met het
gestel overeenkomen, moeten gebruikt worden.
Vraag: Is het verkeerd samen nit hetzelfde bord te
eten?
Antwoord: Ja. Geen twee mensen hebben ooit
hetzelfde gestel en dezelfde aard, bijvoorbeeld het eten
samen met lepralijders bederft het bloed van gezonde
personen. Sameneten is schadelijk en is nooit goed.
Daarom is er gezegd:
nochchista kasya chidhanadhyacheev thantara
na cheevatyshana kuryanaa chochichstah kvachid varjet
Maau II. 56
Geeft Uw etensresten aan niemand Bet Diet voor
de helft samen met iemand anders. Eet Diet te veel. Ga
na de maaltijd Diet nit alvorens Uw handen en mond
gewassen te hebben.
Vraag: Hoe verldaart U dan de zin guroruchistbhojnam
(eet van de etensresten van Uw guru’s maaltijd)?
Antwoord: Dit verwijst eenvoudig naar rein
voedsel dat apart gepIaatst is nadat de guru heeft
gegeten. Dat wil zeggen dat een leerling pas zal eten                                                                                           nadat de leermeester gegeten heeft.
Vraag: Als etensresten verboden zijn, dan moeten
honing zijnde de resten van de bijen, melk zijnde de
resten van kalveren en ons eigen voedsel, dat aIs de
resten van bet eerste hescbouwd kunnen worden, ook
verboden worden.
[199]
Antwoord: Honing is slechts in naam een rest. Het
is een uittreksel van verschillende medicinale kruiden.
Het kalf zuigt alleen de uiterlijke melk. De innerlijke
melk, die veilig binnen zit, kan niet door het kalf worden
besmet Het kan daarom geen rest genoemd worden.
Maar nadat bet kalf gezogen heeft moeten de uiers van
de koe goed gewassen worden voordat de koe gemelkt
wordt Onze eigen resten zijn niet schadelijk voor ons.
Ret gevoel van eigenwaarde verbiedt ook bet gebruik
van de resten van iemand anders. Iedereen is vies voor
de urine of ontlasting van een ander persoon, terwijl
men niet vies is voor het reinigen van eigen monel, neus,
oren, ogen en uitstortingsorganen. Dit bewijst dat deze
gewoonten niet tegen de natuurwetten zijn. Elkeen moet
de resten van anderen vennijden.
Vraag: Mogen zelfs echtgenoot en echtgenote de
resten van hun eten niet eten?
Antwoord: Neen. Ook zij hebben een verschillend
gestel en aard.
Vraag: U bepleistert Uw keuken met koeiemest.
Waarom gebruikt U geen menselijke ontlasting voor dit
deel? Wordt de keuken verder niet onrein gemaakt door
koeiernest?
Antwoord: Koeiemest heeft niet een slechte geur
zoals menselijke ontlasting. Koeiernest heeft een
bijzonder vetgehalte en valt niet zo makkelijk af. Het
vlekt verder de kleding niet Gedroogde koeiemest laat
niet zoveel vuil los aIs gewone aarde. Koeiemest
vermengd met aarde vormt goed pleistermateriaal en de
keuken die hiermede bepleisterd is, vonnt een streling
voor het oog.
Op de pIaats waar men voedsel bereidt of waar
men de maaltijden nuttigt, vaIlen er boter, suiker en
etensresten, die mieren en andere insecten aantrekken.
Indien de pIaats Diet dagelijks gebezemd en bepleisterd
wordl, geeft dit een slordig gezichl Daarom is het nodig
dat men het dagelijks bepleistert met een mengsel van
koeiemest en aarde.
Indien de vloer gecementeerd is, moet men die
dagelijks proper maken. Dit zal het bovenaangehaald
vuiI verwijderen. Kijjk eens naar de keukens van
moslims. Zij bieden een zeer onaangenaam zicht: kolen
op een pIaats, as op een andere plaats, brandstof bier en
een gebroken pot daar, ongewassen vaatwerk,
beenresten, enzovoorl VJiegen vliegen overa! rond De
hele pIaats is zo onzindelijk.
Indien zij bezwaar zouden hebben tegen koeiemest
bepleistering, waarom gebruiken zij dan gedroogd
koeiemest aIs brandstof of om met dat vuur een sigaret
aansteken? Of wordt hun keuken Diet onrein gemaaIct
door koeiemest?
Vraag: Moet men de maaltijd in de keuken of er
buiten gebruiken?
Antwoord: De maaltijd moel op een mooie en nette
pIaats gebruikt worden. Maar op het slagyeld kan men
de maaltijden in strijdwagens, te paard, enzovoort
gebruiken.
Vraag: Moet men met eigen handen bereid voedsel
gebruiken of mag men ook van anderen eten?
Antwoord: Indien het voedsel op zindelijke manier
bereid is, schuilt er geen gevaar in het eten met aile
Arya’s. Indien Brahmanen en vooraanstaande personen
hun tijd zouden verbeuzelen met voedselbereiding en
vaatwerk, kunnen zij hun tijd Diet geven aan de goede
werken zoaIs het vermeerderen van kennis, enzovoorl
[200]
Bij de bekroningsceremonie (Rajasuya-yajns) van
Yudhisthira kwamen er staatshoofden, wijzen, heiligen
en andere gasten nit aile delen van de wereld bijeen en
zij gebruikten hun maaltijden in dezelfde keuken. De
voedselregels kwamen met het prediken van de moslims
en christenen in gebruik, er ontstonden
geloofsmeningsverschillen en het drankgebruik en eten
van rundvlees werd door hen geintroduceerd.
Voordien sloten de koninklijke families van de
Aryavarta huwelijken en andere relaties met de mensen
van Kabul, Kandhara, Iran, Amerika, Europa en andere
Ianden. Zij huwden met de prinsessen Gandhari, Madri,
Ulopi, enzovoort en aten met Sakuni enzovoort, en de
Kaurava’s en Pandava’s en er bestonden geen
verschillen. In die tijden bestond er een vedische leer in
de hele wereld en allen hadden vertrouwen erin. Zij
leefden met elkaar mee in vreugde en leed, winst of
verlies. Er bestond geluk over de hele wereld. Nu
hebben de verschillende geloofsovertuigingen en
godsdiensten tot veel ongeluk en disharmonie geleid
Het is de plicht van de wijzen een manier Ie vinden om
een eind hieraan Ie maken.
Moge God in onze gedachten hel zaad van de ware
levensovertuiging zaaien, zodat valse overtuigingen
kunnen verdwijnen en de wijzen hun haat legenover
mekaar Iaten varen, opdat het geluk vermeerdere.
Oit is een korte beschouwing over juisle en
verkeerde leefwijze en over reinheid en onreinheid van
voedsel. Met dit tiende hoofdstuk eindigt het eersle deel
van dit hoek. In deze hoofdstukken hebben wij niet veel
kritiek nitgeoefend, omdat de mensen niet in de geest
van oprechle kritiek kunnen leven zolang zij niet ver
gevorderd zijn op het gebied van onderscheid tussen
waarheid en niet-waarheid Wij hebben daarom eerst de
principes van de ware overtuiging belicht In het tweede
dee), dat nit vier hoofdstukken bestaat, zullen wij
gedetailleerd kritiek leveren.
Het eersle hoofdstuk nit vier hoofdstukken zaI
gewijd zijn aan de verschillende godsdiensten die in de
Aryiivarta zijn ontstaan, het tweede aan de jains, het
derde san het christendom en het vierde san de islam.
Na het vierde hoofdstuk zullen wij ons pen;oonlijk
overtuiging behandelen. Wie zuivere kritiek wenst te
zien, can deze vier hoofdstukken doomemen.
In de tien vorige hoofdstukken is er toch in het
algemeen enige kritiek uitgeoefend Wie deze veertien
hoofdstukken, zonder enig vooroordeel en met een geest
van onderzoek leest, zal zijn gedachten verlicht zien met
het licht van de waarheid en zijn hart zal vol gem: zijn.
Maar wie dit bock met vooroordeel, jaloezie of
kwaadwilligheid leest, zal niet in staat zijn haar zin te
begrijpen. Degene die haar niet op de juiste manier
doorleest, zal gemillelijk in verwarring kunnen raken.
Bet is de plicht van geleerde mensen behagen te
scheppen in het onderzoek wat waarheid is en wat
onwaarheid, en daarna het cerate san te nemen en het
laatste te verwcIpen. Zij zijn altijd bereid goede dingen
over te nemen, wijsheid op te doen en het viervoudig
levensdoel te bereiken: rechtvaardigheid (dharma),
welvaart (artha), vreugde (kama) en gelukzaigheid of
bevrijding (moksa) deze laatste zowel voor nu als
daama.
Oit is het einde van het tiende hoofdstuk
van het bock Satyarthsprakasa van de heer
Dayllnanda Saraswati
in mooie taal geschreven over
gedrag en leefwijze.